RenteswapAdvocaat

alles over renteswaps en derivatenconstructies

Bank schendt zorgplicht ook bij grote onderneming

Het Gerechtshof Den Haag heeft recent uitspraak gedaan in een renteswapzaak waarin de Rabobank op haar vingers werd getikt voor de advisering van een aantal renteswaps aan een grote onderneming. Hoewel niet de gebruikelijke bijzondere zorgplicht van toepassing was, oordeelde het Hof dat de advisering van de renteswaps ook de algemene zorgplicht niet doorstaat.

Wat speelde er?

In deze zaak betrof het de advisering van een zestal renteswaps en een semi super collar door Rabobank aan Kontinex; een onderneming met een omzet van om en nabij 42 miljoen euro. Rabobank had ten tijde van het afsluiten van de renteswaps geen, althans onvoldoende informatie aan Kontinex verschaft over de werking van de renteswaps en de mogelijke risico’s die daarmee gepaard gaan. De bank kan niet volstaan met de informatie uit de standaarddocumenten, die van aard “uiterst summier” zijn, aldus het Hof.

Hoewel Kontinex niet op een lijn gesteld kan worden met een consument, werd de onderneming door de bank beschouwd als niet-professionele klant met geen tot weinig ervaring met complexe producten als renteswaps (ook de plain vanilla swap). Dat Kontinex een financieel manager in dienst had, deed hier niets aan af. De Rabobank heeft als gevolg hiervan te maken met een zekere zorgplicht ter zake de advisering van de renteswaps.

Volgens het Hof heeft de Rabobank deze zorgplicht geschonden omdat, door de kwalificatie van Kontinex en de risicovolheid van het product, meebrengt dat de bank “Kontinex niet alleen de benodigde informatie moest verschaffen over renteswaps in het algemeen, maar haar ook in niet mis te verstane bewoordingen diende te informeren over de bijzondere risico’s van de door haar geadviseerde en verkochte producten”.

De bank is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Kontinex met name door Kontinex niet voldoende voor te lichten over de risico’s ten aanzien van negatieve marktwaarde, bankmarges, mismatches, debiteurenopslag en van forward starting swaps.

Herstelkader rentederivaten

In de periode 2004-2009 hebben banken op grote schaal renteswaps aan hun klanten verkocht. Met dit product zou de klant – simpel gezegd – beschermd zijn tegen stijging van de rente die zij over haar lening bij de bank betaalde. Daarbij hebben banken hun klanten veelal onvoldoende geïnformeerd over de werking van het product renteswap en hun onvoldoende indringend gewaarschuwd voor de risico’s daarvan.

Minister Dijsselbloem heeft vorig jaar drie onafhankelijke deskundigen benoemd die een uniform herstelkader hebben opgesteld. De banken dienen aan de hand daarvan te toetsen of zij hun klanten die zij destijds renteswaps hebben verkocht, voldoende hebben geïnformeerd. Eventuele schade die klanten door het aangaan van de renteswap hebben geleden, dienen de banken conform de regeling van het herstelkader te vergoeden.

Procederen kan kansen bieden

Hoewel het herstelkader inmiddels definitief is vastgesteld en de herbeoordeling bij de banken thans plaatsvindt, blijven de rechtszaken van individuele klanten tegen banken doorlopen.

Dit staat los van de herbeoordeling door de banken en daarom is het van belang voor ondernemers, en zo blijkt ook grotere ondernemingen, met een renteswap om zich ervan bewust te zijn dat het ook nu nog kan lonen om een rechtszaak tegen hun bank te beginnen. Dit kan zeker gelden bij grote ondernemingen nu zij op basis van het Herstelkader vaak maar een kleine compensatie krijgen.

Op basis van het herstelkader geldt namelijk dat ook een ondernemer die reeds een schadevergoeding toegewezen heeft gekregen onder het herstelkader kan vallen en indien toepassing van het herstelkader leidt tot een hogere financiële vergoeding, de ondernemer daarnaast nog aanspraak kan maken op het meerdere. Het loont zich in ieder geval de moeite om uw situatie te laten analyseren.

Meer weten of direct advies nodig?

Neem direct vrijblijvend contact op met Michael Butôt, Else van der Meulen en/of Dries Beljon op 085 – 303 64 29.

Bekijk de volledige uitspraak op http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:255